Architect Bernard Bijvoet (1889 – 1979)

‘A LIGHT RAY OUT OF THE BIG BANG’
een studie naar leven en werk van Bernard Bijvoet

Die recente ontdekkingen over het heelal tot en met het atoom, van oneindig groot naar oneindig klein, van oneindig lang geleden, van de ‘oerknal’. Of al die nieuwe theorieën op ons vak toepasbaar waren? Wij konden die zaken, ondanks onze ingenieursopleiding nauwelijks bevatten, maar vonden ze geweldig spannend. Ber was de grote wiskundige onder ons. En het waren zijn broers, gespecialiseerd in gynaecologie, röntgenologie en kristallografie, die er ons zo veel over vertelden en het ons allemaal probeerden te verhelderen.
‘Wezen en toekomst der architectuur’ was het eerste èn het laatste ‘wetenschappelijke’ artikel, dat Ber en ik samen ondertekend hebben. Dat is bijzonder, omdat wij haast alles, waarvan wij ook maar het kleinste gevoel hadden dat de ander er ook aan gewerkt had, met beider handtekening tot gemeenschappelijk geestelijk eigendom verklaarden. Het zal de onderzoekers van ons werk, als die er komen, nog veel meningsverschillen opleveren. Als men Ber, jaren na mijn dood, naar ‘vroeger’ vroeg, maakte hij er zich maar met een smoesje van af. Zo belangrijk was het allemaal niet, wat wij samen hadden gedaan en wie er nou precies welk aandeel had gehad. Toch komt hem voor dit gemeenschappelijke schrijfsel meer eer toe dan mij. Ber is altijd te bescheiden geweest over zijn aandelen in gezamenlijk werk, dat was zijn vorm van ijdelheid.
Jan Duiker (fictief)

Het artikel waar Duiker naar verwijst, stond onder de titel ‘Wezen en toekomst der architectuur’ in Bouwbedrijf, nr. 7, juli 1926. Het is een merkwaardig artikel, dat verscheen omstreeks het moment dat Bernard Bijvoet en Jan Duiker de definitieve opdracht kregen voor de bouw van het beroemd geworden ‘Zonnestraal’ bij Hilversum. Het moet daarmee dan ook in samenhang gelezen worden, evengoed als met het beroemde Parijse ‘Maison de Verre’ van Bijvoet en Chareau. Het stuk is een manifest, waarin de heren duidelijk stellen, dat architectuur een wetenschap dient te zijn, zoals chemie of kosmografie.

Vanaf dag één van hun studie Bouwkunde, september 1907, tot aan het moment dat Bijvoet in september 1925 naar Parijs emigreerde, waren hij en Duiker onafscheidelijk van elkaar. Ze werkten samen voor architect Evers aan de bouw van het stadhuis van Rotterdam, maakten gezamenlijke inzendingen voor prijsvragen en begonnen in 1919, na het winnen van de prijsvraag voor een Rijksacademie voor Beeldende Kunsten, Amsterdam een gezamenlijk bureau. Zij trouwden op dezelfde dag en woonden vervolgens naast elkaar in Zandvoort. Hun samenwerking duurde, zelfs na dramatische gebeurtenissen in hun persoonlijk leven en de emigratie van Bijvoet naar Parijs, voort tot Duikers vroegtijdig overlijden in 1935.

Bijvoet en Duiker, en ook hun vriend en collega Jan Gerko Wiebenga, behoorden zonder meer tot de ‘fine fleur’ van de vroeg 20e-eeuwse architecten. Een prominent architectuurcriticus vertrouwde Jan Molema eens toe, dat Jan Duiker naar zijn mening een groter architect geweest was dan Le Corbusier. En die zou eens geroepen hebben: ‘Monsieur Bijvoet, votre génie est très grand pour l’Europe!’ Maar hoewel er in het verleden, door Jan Molema en zijn studenten, opeenvolgende en aan elkaar gerelateerde monografieën en tentoonstellingen zijn bezorgd over Duiker en Wiebenga, is er over Bijvoet niet eerder in boekvorm gepubliceerd. En dat terwijl hij de meest productieve was van de drie.

Jan Molema en Suzy Leemans hebben, uit naam van de Stichting Analyse van Gebouwen, de afgelopen jaren leven en werk van architect Bernard Bijvoet onderzocht, onder de werktitel ‘A light ray out of the Big Bang’. Een belangrijke te beantwoorden vraag was: wat was Bijvoets rol in de aaneensluitende samenwerkingsverbanden die hij, gedurende zijn lange werkzame leven, aanging met andere architecten. Na Jan Duiker en Jan Gerko Wiebenga waren dat onder meer: Pierre Chareau, Eugène Beaudouin & Marcel Lods en Gerard Holt. Door zijn welhaast overdreven bescheidenheid en door zijn relativerende houding ten opzichte van zijn eigen werk is die rol steeds onderbelicht gebleven. Jan en Suzy zijn tot de conclusie gekomen, dat die rol véél belangrijker was dan tot nu toe is aangenomen.

Het onderzoek naar leven en werk van Bernard Bijvoet mag worden gezien als een pleidooi voor meer naamsbekendheid van en waardering voor al diegenen die schuilgaan achter de ‘grote namen’. De op 31 maart 2017 gepresenteerde publicatie over Bijvoet is een rijke bron van inspiratie voor toekomstige architecten.